Rechtspraak5 augustus 2026

Uitvoerbaarheid bij voorraad – art. 1397 en art. 1495 Ger.W.

Artikel 1397 Ger.W.

Artikel 1397 Ger.Wb. : Behoudens de uitzonderingen die de wet bepaalt of tenzij de rechter, ambtshalve of op verzoek van een van de partijen, bij met bijzondere redenen omklede beslissing anders beveelt, onverminderd artikel 1414, zijn de eindvonnissen uitvoerbaar bij voorraad, zulks niettegenstaande hoger beroep en zonder zekerheidsstelling indien de rechter deze niet heeft bevolen.

Behoudens de uitzonderingen die de wet bepaalt of tenzij de rechter, ambtshalve of op verzoek van een van de partijen, bij met bijzondere redenen omklede beslissing anders beveelt en onverminderd artikel 1414, schorsen verzet of hoger beroep van de versteklatende partij tegen eindvonnissen die bij verstek zijn gewezen daarvan de tenuitvoerlegging.

Vonnissen alvorens recht te doen, waartoe alle voorlopige maatregelen behoren, zijn van rechtswege uitvoerbaar bij voorraad.

Rechtspraak – Brussel (17e k.) nr. 2024/AR/87, 12 november 2024 — Hof van Beroep Brussel

Samenvatting 1

Overeenkomstig artikel 1397 van het Gerechtelijk Wetboek, zijn de op tegenspraak gewezen eindvonnissen uitvoerbaar bij voorraad niettegenstaande hoger beroep, behoudens de uitzonderingen die de wet bepaalt of tenzij de rechter bij met bijzondere redenen omklede beslissing anders beveelt.

Inzake uitvoerend derdenbeslag, bepaalt artikel 1543, tweede lid, van hetzelfde Wetboek dat “in geval van verzet door de beslagen schuldenaar, de verplichting van de derde-beslagene [om afgifte te doen in handen van de instrumenterende gerechtsdeurwaarder] een aanvang neemt, in voorkomend geval, op de dag waarop de beslissing op het verzet hem is betekend, onverminderd de werking van de voorzieningen tegen die beslissing”.

Deze bepaling vormt dus een uitzondering op de regel van artikel 1397, eerste lid, van het Gerechtelijk wetboek, in die zin dat het beroep ingesteld tegen het vonnis op verzet van de beslagen schuldenaar een schorsende werking behoudt, behoudens met bijzondere redenen omklede andersluidende beslissing van de eerste rechter.

Samenvatting 2

Als de voorlopige tenuitvoerlegging, wanneer niet van rechtswege toegekend, voor de eerste rechter werd gevraagd en werd geweigerd, kan ze nog altijd worden gevraagd aan de rechter in hoger beroep (art. 1401 Ger.W.) in het kader van korte debatten (artikel 1066, tweede lid, 6° Ger.W.)

Rechtspraak – KG Brussel (Fr.) 15 juli 2024 — Kort Geding

Het hoger beroep ingesteld tegen een definitief vonnis tot uitzetting van een huurder die het goed ook na de einddatum van de huurovereenkomst blijft bewonen, uitgesproken bij verstek, schorst de tenuitvoerlegging ervan behalve indien de rechter hierover anders had bevolen, door middel van een met bijzondere redenen omklede beslissing. Deze motivering mag niet beperkt zijn tot het soort motivering dat geenszins verwijst naar specifieke concrete omstandigheden van de zaak: integendeel, deze omstandigheden moeten in het vonnis worden gedetailleerd. (Art. 1397, tweede lid Ger. W., art. 1402 Ger. W.)

Artikel 1495 Ger.W.

Artikel 1495 Ger.Wb. : Geen veroordelende beslissing kan worden ten uitvoer gelegd dan nadat zij aan de partij is betekend.

Onverminderd het bewarend beslag bedoeld in artikel 1414, kan de veroordeling tot betaling van een som geld, die het voorwerp is van een beslissing waartegen nog verzet of hoger beroep door een versteklatende partij openstaat, niet worden ten uitvoer gelegd voor het verstrijken van een maand na de betekening van de beslissing, tenzij voorlopige tenuitvoerlegging daarvan is gelast.

Die bepalingen gelden op straffe van nietigheid van de daden van tenuitvoerlegging.

Rechtspraak – Beslagr. Brussel (Fr.) 20 juli 2018 — Beslagrechter

Krachtens art. 1495 Ger.W. kan de veroordeling tot een geldsom die nog vatbaar is voor verzet of hoger beroep van de in gebreke blijvende partij niet worden uitgevoerd vóór het verstrijken van de beroepstermijn, behalve indien de voorlopige tenuitvoerlegging werd bevolen.

De bevolen voorlopige tenuitvoerlegging in de zin van art. 1495 Ger.W. moet worden begrepen als de “met bijzondere redenen omklede” beslissing van de rechter die wordt vermeld in art. 1397 Ger.W., zoniet zou de vereiste van bijzondere motivering worden uitgehold.

Interactief schema

Schematisch overzicht uitvoerbaarheid bij voorraad

Uitspraak vonnis vanaf 9 juni 2018

Stap 1 — Aard van het vonnis

Maak een keuze hierboven om het resultaat te zien.

Uitzonderingen

1. De rechter bepaalt uitdrukkelijk en gemotiveerd anders

Geen verdere toelichting vereist.

2. Uitspraken in de Familierechtbank (art. 1398/1)

In afwijking van artikel 1397, tweede lid, en behalve specifieke bepalingen of tenzij de rechter, ambtshalve of op verzoek van een van de partijen, bij met bijzondere redenen omklede beslissing anders beveelt, schorsen verzet of hoger beroep van de versteklatende partij tegen het eindvonnis gewezen door de rechter van de familierechtbank de tenuitvoerlegging daarvan niet.

3. Uitspraken in kort geding (art. 1039)

De beschikkingen in kort geding brengen geen nadeel toe aan de zaak zelf; zij zijn uitvoerbaar bij voorraad niettegenstaande verzet of hoger beroep en, zonder borgtocht indien de rechter niet heeft bevolen dat er een wordt gesteld.

4. Artikel 1401, tweede lid, Ger.W.

Indien de eerste rechters de voorlopige tenuitvoerlegging hebben uitgesloten, kan deze altijd worden verzocht bij het hoger beroep.

In elk geval wordt het aangevochten vonnis uitvoerbaar bij voorraad wanneer het rolrecht dat ten laste werd gelegd van de appellant ingevolge dit vonnis, niet werd betaald binnen een termijn van drie maanden die begint te lopen vanaf de beroepsakte. De griffier levert, op vraag van een partij, een attest af van de overschrijding van deze termijn.

Disclaimer: Dit overzicht is uitsluitend bedoeld als informatie. Raadpleeg steeds uw gerechtsdeurwaarder of advocaat voor de toepassing in een concreet dossier.
Made with AI in Macaly